Vanwege St. Patrick’s Day (Lá Fhéile Pádraig), de gedenkdag voor de Ierse beschermheilige Sint Patricius, kleurt vandaag de wereld op veel plaatsen groen. Heel groen. Van de versieringen tot aan het bier en van de Chicago River tot aan het water in de fonteinen bij het Witte huis in Washington D.C.; alles is groen. Tot de achttiende eeuw was de officiële kleur voor deze dag overigens blauw, maar dat zullen maar weinig in groen gehulde Ieren of ‘Irish for the day’ weten.

St. Patrick’s Day is ooit begonnen als katholieke feestdag en is sinds het begin van de twintigste eeuw behalve in Ierland ook in delen van Canada een nationale feestdag. Nergens wordt deze dag zo uitbundig gevierd als in Ierland zelf, zowel in de Republiek als in Noord-Ierland. Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw besloot de Ierse overheid om deze dag te gaan gebruiken om Ierland en de Ierse cultuur onder de aandacht te brengen. In 1996 vond het eerste Saint Patrick’s Festival plaats in Dublin en inmiddels is dit uitgegroeid tot een vijfdaags evenement met muziekoptredens, buitenactiviteiten en vuurwerk. Ook in de rest van Ierland wordt St. Patrick’s Day uitbundig gevierd met optochten en festiviteiten. De kortste optocht vindt plaats in Dripsey, County Cork; de optocht vertrekt bij een van de slechts twee pubs in het dorpje om na 200 meter alweer te eindigen bij de tweede pub. Ik vermoed dat de feestvreugde er niet minder om zal zijn!

Maar wie is nu deze Sint Patricius (Naomh Pádraig)? Geboren aan het eind van de vijfde eeuw in Frankrijk werd hij op zestienjarige leeftijd door Ieren gevangen genomen en als slaaf naar het eiland gebracht, waar hij schaapherder werd en Iers leerde. Na zes jaar wist hij te ontsnappen en ging terug naar zijn ouders in Frankrijk, alwaar hij de priesteropleiding volgde. Paus Celestinus I gaf hem de opdracht het heidense Ierland te bekeren. Hij keerde naar het eiland terug om in de meest afgelegen plekken het christendom te brengen. Geminacht door de Britten vanwege zijn lagere achtergrond en gewantrouwd door de Ieren omdat hij een vreemdeling was, had hij het niet makkelijk. Halverwege de vijfde eeuw vestigde hij zijn bisschopszetel in Armagh, County Armagh, waar hij rond 461 zou zijn gestorven. Er gaan echter ook geruchten dat hij in de buurt van Downpatrick, County Down is gestorven en dat hij hier, naast St. Brigid en St. Colmcille, twee andere Ierse beschermheiligen, ligt begraven. De populaire legende over hem vertelt hoe hij de slangen uit Ierland verdreef (en inderdaad, geen slang te vinden op het eiland), en hoe hij de shamrock, een klaverblad, gebruikte als voorbeeld voor de goddelijke Drie-eenheid van het katholieke geloof. Hij wordt dan ook voornamelijk afgebeeld met de shamrock in zijn hand. Het klaverblad is inmiddels uitgegroeid tot een embleem voor Ierland (alhoewel de harp het officiële symbool is) en is dé versiering tijdens St. Patrick’s Day.

Happy St. Patrick’s Day to you all!

Lá Fhéile Pádraig sona daoibh ar fad!

Van 14 t/m 24 oktober is het Plein in de Haagse binnenstad het decor voor Journey; een tentoonstelling over mensenhandel en seksslavernij. De tentoonstelling vertelt het verhaal van Elena, een 17-jarig Moldavisch meisje dat onder valse voorwendselen naar Engeland wordt gelokt en daar direct na aankomst wordt gedwongen als prostituee te gaan werken. Drie maanden lang, zeven dagen per week, veertig tot zestig mannen per dag. You do the math. Een inval van de Immigration Police maakte een einde aan haar afschuwelijke situatie.

De initiatiefnemende organisatie achter Journey is de Britse Helen Bamber Foundation, een organisatie die zich inzet voor mensen die op wat voor manier dan ook slachtoffer zijn van wreedheid, bv. door genocide, burgeroorlog of mensenhandel. De tentoonstelling was eerder al te zien in London, New York, Wenen en Madrid. Afgelopen donderdag werd de Haagse editie geopend door actrice Emma Thompson, voorzitster van de Helen Bamber Foundation.

Vanochtend ben ik zelf naar de tentoonstelling geweest. De zeven containers, die ieder een stap in de reis van Elena uitbeelden, zijn door zeven verschillende kunstenaars gemaakt. Een van de containers, ‘Slaapkamer’, is letterlijk en figuurlijk walgelijk; een ritmisch bewegend bed, condoomverpakkingen die rondslingeren op de grond, een prijslijst aan de muur en een misselijkmakende geur van goedkope luchtverfrissers, ongewassen lichamen en rubber.

Zelf vond ik de laatste twee containers het meest indrukwekkend; de zesde container beeldt op abstracte wijze het zwarte gat uit waarin de slachtoffers zich na hun bevrijding bevinden. Het gevoel dat je niet wist waar de donkerte eindigde greep mij erg aan. Dit oneindige was ook precies hetgeen de kunstenaar wilde uitdrukken. Je bent bevrijdt uit de wereld van seks en geweld, maar hoe bevrijd je jezelf uit de donkere wereld in jezelf?

In de laatste container heeft Elena letterlijk een stem gekregen. Omringd door passages uit verhoren van andere slachtoffers kun je luisteren naar haar verhaal; hoe het begon, haar aankomst in Engeland, de kleding die ze moest dragen (vaak al eerder gedragen door haar voorgangsters), de mannen, de angst, de schaamte. Met een brok in mijn keel heb ik een kwartier staan luisteren naar het verhaal van een vrouw wier leven binnen een tijdsbestek van een paar maanden werd verwoest. En dat allemaal voor 500 pond; het bedrag dat haar trafficker voor haar heeft ontvangen.

Na de tentoonstelling heb ik nog een tijdje staan praten met een van de medewerksters van de Helen Bamber Foundation. Zij vertelde mij dat de Nederlandse editie weer een geheel nieuwe ervaring is; Nederland is het eerste deelnemende land waar prostitutie legaal is. Van haar begreep ik overigens ook dat lover boys een fenomeen is dat vrijwel alleen in Nederland voorkomt.

Samen met haar collega’s is ze gisteravond naar het Haagse red light district geweest: ‘A desolate, bleak place; looking at the men looking at the women made me feel so sad.’

Journey staat nog t/m 24 oktober op het Plein in Den Haag, de toegang is gratis.

www.journeydenhaag.nl

www.helenbamber.org

 

Gisteren begon het vijfde seizoen van Boer zoekt vrouw; ditmaal met maar liefst elf boeren (waarvan drie broers) en één boerin. Via Twitter werd al geopperd dat een van de boeren zich wellicht beter voor Boer zoekt man had kunnen opgeven. Het Volkswagen busje waarmee Yvon Jaspers zich van de ene naar de andere boer(in) vervoerde bleek ook de nodige aanbidders te hebben; wellicht ontvangt die ook een zak met brieven.

In Nederland is het programma als sinds het eerste seizoen een enorme hit, de aflevering van gisteren trok dan ook zo’n 3,3 miljoen kijkers. Zelf haak ik meestal af na de eerste afleveringen; al die zenuwachtige, ongemakkelijke eerste ontmoetingen en opbloeiende liefdes geven mij een beetje een ongemakkelijk gevoel.

Boer zoekt vrouw is gebaseerd op het Britse Farmer wants a wife en is inmiddels in 18 andere landen te zien; van het Zweedse Bonde söker fru tot het Zuid-Afrikaanse Boer soek ‘n vrou. Ook in Australië en de Verenigde Staten is het programma te zien, of, in het geval van de VS, was het te zien. Het programma werd daar al na het eerste seizoen van de buis gehaald. In de VS was het programma trouwens iets anders van opzet; deden er in de andere 18 landen meerdere boeren (of boerinnen) mee, in de Amerikaanse serie streden tien stadse dames om het hart van slechts één boer.

Het toch wat meer prestatiegerichte karakter van de Amerikaan kwam ook terug in de opzet; elke week moesten de vrouwen een agrarische opdracht uitvoeren, variërend van ‘driving a tractor across a field and throwing hay bales into a trailer’ tot ‘collecting sweet corn’. Achteraf bleek de vrijgezelle boer toch niet zo heel vrijgezel te zijn ten tijde van het programma; wellicht dat het daarom geen succes is geworden? Het is toch jammer als je na acht weken hooibalen gooien niet eens je prijs mee naar huis kan nemen.

In Australië zijn ze ondertussen al bijna aan het einde van het vierde seizoen en lijkt het net zo’n succes te zijn als in Nederland. Voor een Australische boer lijkt het me nog lastiger om een levensgezel te vinden; de Australische boerderij ligt over het algemeen nog nét even iets meer afgelegen dan de Nederlandse. Een ander verschil is ook de grootte van de boerenbedrijven. De Nederlandse boer Richard is begrijpelijk heel trots op zijn 1.000 koeien, maar dat valt toch enigszins in het niet bij de 1.800 hectare van de Australische Devon!

Gek genoeg kent het programma in Groot-Brittannië maar twee seizoenen; de eerste serie was in 2001 en vorig jaar was het programma voor de tweede keer te zien. Zijn de Britse boeren misschien minder vrijgezel? Of hebben ze inmiddels allemaal hun liefde gevonden via www.muddymatches.co.uk (dé datingsite ‘for country-minded people’)?

Vorige week was daar – 38 jaar na dato – het langverwachte mea culpa van de Britse regering voor de gebeurtenissen in het Noord-Ierse Derry op 30 januari 1972, beter bekend als Bloody Sunday; veertien ongewapende jongens en mannen werden doodgeschoten door Britse paratroopers na een vreedzame, maar door de Britten verboden demonstratie voor de mensenrechten.

Wat mij opviel is dat de NOS die avond Londonderry gebruikte in het onderschrift. Hoewel dit begrijpelijk is – dat is immers de Britse naam voor de stad – had het mooi geweest als de NOS juist op deze dag over Derry had gesproken; de Ierse naam voor deze stad. Of beter gezegd: de naam die in de Ierse republiek wordt gebruikt. Derry/Londonderry heeft namelijk ook een echt Ierse naam: Doire. Veel Ierse plaatsnamen zijn tijdens de Engelse overheersing ‘vertaald’ naar het Engels, een proces waarbij de originele betekenis vrijwel altijd verloren is gegaan.

Neem het Noord-Ierse Belfast. De Ierse naam voor deze stad is Béal Feirste; ‘monding van de Farset’, de rivier waaromheen de stad is gebouwd. De rivier zelf is overigens opgegaan in de grotere rivier Lagan, heeft tegenwoordig weinig bekendheid en stroomt in een pijp onder de stad.

De Ierse naam voor Donegal, de hoofdstad van County Donegal, is Dun na nGall; ‘fort van de vreemdelingen’ (waarmee de Vikingen werden bedoeld). In deze county ligt ook het piepkleine plaatsje Glencolumbkille, waar ik de afgelopen drie zomers enkele weken heb doorgebracht en een cursus Iers heb gevolgd. De Ierse naam Gleann Cholm Cille betekent ‘vallei van St. Columba’; St. Columba, een van de drie Ierse beschermheiligen, heeft enige tijd doorgebracht in deze vallei. Elk jaar vindt op 9 juni, zijn sterfdag, de Turas Columcille plaats, een pelgrimstocht (op blote voeten!) langs de verschillende gedenkplaatsen in de vallei.

Dublin, de hoofdstad van de Ierse republiek, is een beetje een vreemde eend in de bijt; de Ierse naam die tegenwoordig wordt gebruikt is Baile Átha Cliath; Baile betekent “stad”, Átha een doorwaadbare plaats en Cliath is een vlechtwerk van riet waarmee men de rivierbodem bij een doorwaadbare plaats verstevigde. De naam Dublin is echter afgeleid van het Oudierse Dubh Linn, ‘zwarte poel’.

Mijn favoriete Ierse stad is Galway (Gaillimh), vernoemd naar de vroegere naam van de huidige rivier de Corrib, die dwars door deze prachtige, kleurrijke stad aan de Ierse westkust stroomt. Een absolute aanrader!

Geïnspireerd door een artikel uit de NRC van maandag 17 mei 2010 (Vrouwen zijn net bananenbladeren, Ewoud Sanders) heb ik me verdiept in de Nederlandse en Engelse spreekwoorden en gezegden; en dan met name de verschillen en overeenkomsten tussen de twee.

Sommige spreekwoorden blijken precies hetzelfde te zijn. De appel valt niet ver van de boom – the apple never falls far from the tree, gedeelde smart is halve smart – trouble shared is trouble halved, zwijgen is goud – silence is golden,  door de bomen het bos niet meer zien – missing the wood for the trees. En als de kat van huis is, the mice will play.

Andere spreekwoorden zijn compleet verschillend. ‘Gedane zaken nemen geen keer’ klinkt in het Engels veel poëtischer; there’s no use crying over spilt milk. Twee handen op een buik noemt men in het Engels like hand and glove. Een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen? Fool me once, shame on you; fool me twice, shame on me.

En dan zijn er ook nog spreekwoorden die op dezelfde manier zijn opgebouwd en ook hetzelfde betekenen, maar toch net even anders zijn. Zo worden in het Engels niet alleen de puntjes op de i gezet, maar is het ook belangrijk to cross your t’s. En blijken Nederlandse honden iets vriendelijker te zijn; blaffende honden bijten niet, terwijl ze in het Engels seldom bite. Overigens zijn beide talen het erover eens dat je slapende honden niet wakker moet maken.

Wij vergelijken appels met peren, in het Engels apples to oranges. Koop je in Nederland een kat in de zak, in het Engels you buy a pig in a poke. Wij een steekje los, zij a screw loose. In het Nederlands hebben we iets op ons lever, terwijl they have something on their heart.

Worden wij gewaarschuwd onze schepen niet te verbranden, in het Engels raadt men aan not to burn your bridges. Storm in een glas water? Die hebben ze in Engeland ook, maar dan spreken ze van a tempest in a tea pot. Wij dragen water naar de zee, the English carry coals to Newcastle. Als twee druppels water? As alike as two peas in a pod. Wij mogen van een mug geen olifant maken, in het Engels you’re not supposed to make a mountain out of a molehill.

Zelf ben ik nog steeds op zoek naar een mooie vertaling van één van mijn favoriete Engels spreekwoorden: honey attracks more flies than vinegar. Iemand een leuk idee?

Alhoewel ik zelf geen kinderen heb en me dus alleen kan baseren op de verhalen van kersverse ouders in mijn omgeving, heb ik toch het gevoel dat het starten als zelfstandig vertaler voor mij net zo ingrijpend was als de geboorte van een kind.*

De naam werd bedacht, het kamertje ingericht, de kaartjes gedrukt: alles was gereed voor de komst van Crystal Clear Translations.

Niemand had me van te voren kunnen voorbereiden op de alles veranderende invloed van dit nieuwe begin op mijn leven. Slapeloze nachten, nieuwe dagindeling, geen regelmaat, moeilijke keuzes, belangrijke beslissingen, lastige momenten.

Maar daartegenover stond de blijdschap van alle eerste momenten: de eerste opdracht, de eerste tevreden klant, de eerste factuur. Niets maakt me zo gelukkig als het vinden van die ene mooie vertaling voor dat ene lastige woord. Elke dag kruip ik weer met plezier achter mijn computer en ik geniet volop van de vrijheid die dit nieuwe bestaan mij heeft gegeven.

En nu – zes maanden na de geboorte van mijn bedrijf – is het tijd om de box te verlaten en mij in de digitale zandbak te begeven: mijn eerste blog!

Op dit blog zal ik met enige regelmaat schrijven over de (taal)wereld om mij heen; over taalmissers, mooie woorden en leuke weetjes, maar ook over vertaalproblemen, slimme oplossingen en het leven als zzp’er.

* Grappig genoeg zat er tussen het moment van inschrijven bij de Kamer van Koophandel en het echt beginnen als zzp’er precies negen maanden!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.